2 Cor 4:16-5:8


Tekst     :  Rom 8:22, 23; 2 Cor 1:21,22; 4:16-5:8
Thema   :  De Geest als voorschot


Inleiding

Pinksteren is het feest van de Geest. De Geest die ons is gegeven. NT spreek over de Geest als gave, als geschenk. Maar waarom is de Geest ons gegeven? Wat doet de Geest in ons leven? Toen ik aan het zoeken was naar een thema voor deze dienst viel het mij op dat op vier verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament over de Heilige Geest wordt gesproken als een voorschot op wat komen gaat: Efeze 1:14, Romeinen 8:23; 2 Cor.

Voorschot

Het woord dat hier gebruikt wordt komt uit de zakenwereld. Als je recht hebt op een groot geld bedrag dan krijg je soms een voorschot. Dat voorschot houdt de belofte in, de garantie dat je het hele geldbedrag zult krijgen.

Je zou het ook een voorproef kunnen noemen. Zoals in een restaurant waar je hele kleine voorgerechten krijgt. Ze noemen dat amuse. Die voorgerechten zijn bedoeld om je hongerig te maken, om je te doen verlangen naar wat er allemaal nog komen gaat.

Thema : “De geest als voorschot” Lezen: 2 Cor 1:21, 22; 4:16-5:8.

Christus als fundament

In 2 Cor 1:22, 23 zegt Paulus 2 dingen. Christus is het fundament en de Geest is ons gegeven als voorschot. Beiden hebben we nodig maar je moet ze niet door elkaar halen. Je kunt je geloof niet bouwen op ervaringen van de Geest. Het volbrachte werk van Christus is het fundament van ons geloof.

Christus als fundament en de Geest als voorschot zijn ook niet los van elkaar verkrijgbaar. Het is de Geest die het werk van Christus toepast in ons leven. Die ons de innerlijke overtuiging geeft dat wij kinderen van God zijn. Dat onze zonden zijn vergeven. Dat God onze Vader is. Dat allemaal op grond van het volbrachte werk van Christus. Ook voor het werk van de Geest is Christus het fundament.

Toch is er meer te zeggen. Want er wacht ons in de hemel een erfenis, de volmaaktheid, de heerlijkheid, de definitieve komst van het Koninkrijk van God, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Als voorschot daarop heeft God ons de Heilige Geest gegeven. Om ons alvast te laten proeven van wat straks komt.

We komen nu bij 2 Cor 5. Paulus noemt dat in 4:17 een eeuwige luister die alles omvat en alles overtreft. En in 5:1 een woning die we God krijgen, een eeuwige niet met mensenhanden gemaakte woning in de hemel.

Een voorproef van de heerlijkheid

Als je zo naar het werk van de Geest kijkt dan krijgt het een hele bijzondere dimensie. Dan gaat het niet alleen om wat de hier en nu doet. Maar dan is alles wat de Geest doet in het hier en nu een voorschot en tegelijkertijd een heenwijzing naar de heerlijkheid die ons wacht.

De vruchten van de Geest – liefde, blijdschap, vrede – weerspiegelen hoe het straks zal zijn als we Jezus zien van aangezicht tot aangezicht.
De gaven van de Geest – wijsheid, heling, genezing, woorden van kennis – zijn niet zomaar aardige extraatjes waar je ook wel zonder kunt. Maar zij weerspiegelen het volmaakte leven straks bij de Vader.

Iedere ervaring van Gods nabijheid is een voorproef op de tijd dat wij bij Hem zullen zijn.
Iedere genezing, hoe voorlopig en tijdelijk en ten dele ook, is een voorsmaak van de verlossing van ons lichaam, onze aardse tent. Het doet ons verlangen naar en proeven van het hemelse.
Ieder gebroken leven dat wordt geheeld is een voorproef van het volmaakte dat komen zal.
Iedere gebroken relatie die wordt hersteld is een voorproef van het vrederijk dat komt.

De Geest als voorschot is dus eigenlijk een beetje, af een toe, de hemel op aarde. De Geest als voorschot is een glimpje van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar geen ziekte, dood, lijden en tranen meer zullen zijn.

De Geest als voorschot is voorlopig

Maar er is ook een andere kant. Want als de Geest een voorschot is dan wil dat zeggen dat het volmaakte nog niet is gekomen. Dat zelfs het werk van Geest hier en nu slechts voorlopig en ten dele is.
Tot aan de wederkomst van Christus zal onze werkelijkheid getekend blijven door gebrokenheid. Zal het gebeuren dat de één wel geneest en de ander niet. Zal het voorkomen dat een depressie niet verdwijnt ondanks de gebeden. De Geest is nóg een voorschot.

Dat plaats ook de veel gehoorde uitdrukking “verlangen naar meer van de Geest” in een bijzonder perspectief. Omdat de Geest ons is gegeven als voorschot valt er inderdaad nog veel te verlangen. In die zin mogen we inderdaad bidden en verlangen naar meer van de Geest. Als we daarbij maar niet uit het oog verliezen dat het werk van de Geest hier en nu altijd voorlopig, ten dele en onvolkomen is. Het grote “Meer” komt straks als het volmaakte zal komen. Daar mogen we hartstochtelijk naar verlangen. Maar we moeten voorzichtig zijn met het verlangen naar “meer van de Geest” te veel te gaan koppelen aan het hier en nu.

Paulus zegt dat ook in 1 Cor 13, ons kennen is ten dele, ons profeteren is ten dele, wij kijken in een spiegel als in raadselen. Zoveel dingen die ons voor een raadsel plaatsen, zoveel schijnbaar zinloos lijden, zoveel onopgeloste vragen.

Dat betekent dat we het verdriet, lijden en gebrokenheid een plaats zullen moeten geven.

De Geest als voorschot en het lijden

Het bijzondere is dat Paulus juist de Geest als voorschot hier plaats in de context van het lijden. Ons aardse lichaam takelt af, wordt afgebroken Zolang we in onze aardse tent verblijven zuchten we onder een zware last (vers 4).

Over zuchten gesproken. Er is nog een andere plaats waar Paulus spreekt over de Geest als voorschot. In Romeinen 8:23. Ook daar noemt hij dat in de context van gebrokenheid en  lijden. Het zuchten van de schepping. En wij als kinderen van God, die de Geest als voorschot hebben ontvangen, zuchten mee met de schepping. Maar het meest bijzondere is dat daar gezegd wordt dat de Geest, die ons als voorschot is gegeven, ons helpt in onze zwakheid en met onuitsprekelijk zuchten voor ons bidt.

Het lijden en het verdriet wordt niet genegeerd, alsof de Geest daar niets mee te maken zou hebben. Alsof zij die de Geest hebben ontvangen alleen vreugde en voorspoed en geluk en gezondheid zouden kennen. Zo wordt het ons soms wel voorgespiegeld. Maar de bijbel spreekt daar anders over. Wanneer wij zuchten onder een zware last dan komt de Geest ons te hulp en bidt voor ons met onuitsprekelijk zuchten. De Geest geeft ons lijden en ons verdriet een plaats in zijn gebed voor het aangezicht van onze hemelse Vader.

De Geest als voorschot om de moed niet te verliezen

Daarom kan Paulus ook zeggen dat hij de moed niet verliest (vers 6, 8). Omdat de Geest ons is gegeven als voorschot kunnen we het volhouden. Want als het om lijden gaat dan weet Paulus daar wel over mee te praten. In 4:7-10 somt hij het op we worden van alle kanten belaagd, we worden aan het twijfelen gebracht, we worden vervolgd, we worden geveld, we dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee.

En toch verliezen wij de moed niet. Waarom niet? Omdat de geest ons is gegeven als voorschot. Zo zegt Paulus het ook letterlijk: de Geest is ons als onderpand gegeven dus verliezen wij de moed niet (vers 6a).

Omdat de Geest ons laat ervaren dat deze aardse werkelijkheid wel reëel is en het lijden absoluut niet wordt ontkend. Maar tegelijkertijd geeft de Geest ons uitzicht op een andere werkelijkheid en kan Paulus tot de uitspraak komen dat “de geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, ons een eeuwige luister brengt, die alles omvat en alles overtreft (4:17) en dat we daarom “ons niet richten op de zichtbare tijdelijke dingen maar op de onzichtbare eeuwig dingen”. (4:18)

Afsluiting

We begonnen met de vraag: waarom is de Geest ons gegeven?

We hebben ontdekt dat de Geest ons is gegeven als voorschot om ons uitzicht te geven op

            de heerlijkheid die ons wacht

            een nieuwe hemel en een nieuwe aarde